Fietsen met je hond

De theorie

Een hond in topconditie is een lust voor het oog. Hij is actief, fit en gezond, een ware topatleet. Een topconditie is echter niet aangeboren. Voor iedere atleet, ook voor een hond, is het hard werken om in topconditie te komen. Om dit te bereiken is conditietraining nodig, maar wel op een verantwoorde en veilige manier. Er zijn enkele belangrijke regels, die het uitgaanspunt van ieder trainingsprogramma moeten zijn. Het is van groot belang dat u deze regels goed in de gaten houdt. Het gaat tenslotte om de training van uw trouwe makker en blessures moeten worden voorkomen.

Geleidelijk toenemende belasting

Als de belasting niet geleidelijk wordt opgevoerd, blijft het beoogde resultaat uit. Een hond die elke dag twintig minuten naast de fiets loopt, zal in de problemen komen wanneer hij ineens veertig minuten moet meedraven. Om die veertig minuten te bereiken, zullen we de trainingsduur geleidelijk moeten opvoeren. Het is belangrijk de belasting geleidelijk te laten toenemen.

Wat je traint verbetert

Heel simpel gezegd, betekent dit dat een hond die aan de fiets loopt door een verbetering van zijn conditie beter zal gaan lopen. Maar het is nu niet zo dat een hond beter zal zwemmen (= andere beweging), hoger zal springen (= kracht), of sneller zal sprinten (= kracht).

Als je stopt ga je terug naar af

Helaas is het zo dat, wanneer we stoppen met trainen, de opgebouwde conditie weer teruggaat naar af. Alle trainingswinst verdwijnt. Wanneer een hond een periode ziek of geblesseerd is, zal zijn conditie een enorme terugval krijgen. Een veelgemaakte fout is dan om te hard van stapel te lopen wanneer de training weer hervat kan worden. Er is weer tijd nodig om de conditie op te bouwen naar het oude niveau. Hetzelfde spreekt ook na een vakantie periode als er niet getraind is.

Goed is goed genoeg

Wanneer u hond na training maar het liefs een uur naast de fiets mee kan lopen, vergt het heel veel extra training om nóg verder te komen. Hoe beter uw hond is getraind, des te moeilijker is het om nog vooruitgang te boeken. Daarom geldt “goed is goed genoeg”want de kans op blessuren neemt bij zeer veel trainingsarbeid toe. Teveel is niet goed, doe alles met mate.

Rustdagen zijn even belangrijk voor de conditie als trainingsdagen. Juist door te rusten en te herstellen, gaat de prestatie vooruit. Daarom is goed herstellen zo belangrijk. De trainingen mogen dus niet te dicht op elkaar zitten, want dan raakt de hond uitgeput. We spreken dan van een overbelaste hond. Vermoeidheid, stijfheid, veel behoefte aan slaap, lamlendigheid enz. steekt dan de kop op. De oplossing: even niet trainen, laat de hond eerst helemaal bijkomen. Teveel rust is natuurlijk ook niet goed. Daarom is het belangrijk een goed trainingsschema te gebruiken.

In de praktijk

Kan jouw hond al goed volgen?

Mocht je hond niet goed kunnen volgen tijdens het wandelen of trekt hij erg aan de lijn, leer dan eerst de basisgehoorzaamheid aan en ga dán pas samen fietsen. Voorkom gevaarlijk situaties waarbij je door je hond van de fiets wordt getrokken.

Sommige honden worden snel afgeleid door allerlei prikkels onderweg, wat ook voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Als jouw hond tijdens een wandeling achter een haas aan wil gaan dan doet hij dat natuurlijk ook als hij vast zit aan je fiets.

Sommige honden vinden een fiets maar een eng ding

Sommige honden deinzen letterlijk weg als ze een fiets zien en willen er het liefst zo ver mogelijk vandaan lopen. Je kunt je hond aan de fiets laten wennen;

  • Ga eerst samen te wandelen met de fiets aan de hand. Jij loopt in het midden tussen de fiets en je hond in.
  • Als dat goed gaat, dan kun je de volgende stap zetten. Je gaat nu samen wandelen met de fiets tussen jullie in.
  • Als je merkt dat je hond niet meer terugdeinst van de fiets dan kun je proberen om tijdens het wandelen af en toe een stukje te fietsen.

Conditie opbouwen

Als je hond niet gewend is om veel te bewegen, dan is het raadzaam om dit rustig op te bouwen. Je wil ten slotte voorkomen dat je hond geblesseerd of uitgeput raakt. Begin met 5 minuten fietsen en bouw dit in 6 weken op naar bijvoorbeeld 20 minuten. Ook kun je het tempo geleidelijk aan opbouwen.
Las voldoende rustdagen in zodat de hond kan herstellen.

Trainings schema jonge hond (vanaf 1 jaar)
Dag 1 Dag 2 Dag 3 Dag 4 Dag 5 Dag 6 Dag 7
Week 1 5 min rustdag 10 min rustdag 10 min rustdag rustdag
Week 2 10 min 10 min rustdag 10 min 10 min rustdag rustdag
Week 3 10 min 10 min 10 min rustdag 10 min 10 min rustdag
Week 4 15 min 10 min rustdag 15 min 10 min 5 min rustdag
Week 5 15 min 10 min 10 min rustdag 15 min 10 min rustdag
Week 6 15 min 10 min 10 min rustdag 20 min 10 min rustdag

Draven of rennen?

Vooral met een harde ondergrond vangen de gewrichten van een hond veel klappen op tijdens het rennen. Als je hond in draf naast je fiets loopt is dat minder belastend. Draven is daarom aan te raden.

Hoe herken je draf? Draf zit tussen lopen en rennen in. Tijdens de draf worden linksvoor en rechtsachter tegelijk opgetild en neergezet afwisselend met rechtsvoor en linksachter. (Zie filmpje onderaan deze pagina.)

Wat heb je nodig?

Veel mensen fietsen met de riem in de hand. Maar is dat wel veilig genoeg?

  • Heel belangrijk: water!
  • De hond draagt bij voorkeur een tuig of een niet-slippende halsband.
  • Een springer. Dit is een stang die je aan je fiets bevestigt. Hier bevestig je vervolgens het uiteinde van de riem aan. Op deze manier kun je beide handen gewoon aan het stuur houden en blijft je hond op gepaste afstand van de fiets. Hij kan dan bijvoorbeeld niet per ongeluk tussen de spaken terecht komen. Wel zo veilig dus! Je hebt modellen voor grote en kleine honden. Let daar op als je er een aanschaft.
  • Een snelheidsmeter is handig om te hebben. Je kunt dan de afstand en de snelheid in de gaten houden. Zeker bij het hanteren van een trainingsschema is dat erg handig. Tegenwoordig kun je natuurlijk ook een app zoals Runkeeper installeren op je smartphone. Deze kan via GPS de route volgen en maakt na afloop zelfs een mooi kaartje met informatie m.b.t. snelheid, afstand en calorieverbranding.
  • In het donker dient je hond goed zichtbaar te zijn met bijvoorbeeld een reflecterend hesje.
  • Neem altijd je mobiele telefoon mee voor noodgevallen.
  • Een EHBO-kit kan ook van pas komen. Je hond kan bijvoorbeeld in iets scherp stappen.

Wil je liever geen springer gebruiken dan is het dragen van een heupriem eventueel ook nog een mogelijkheid. Op deze manier kun je toch je handen aan het stuur houden. De hond heeft dan wel meer bewegingsvrijheid en kan met een lange lijn voor of achter de fiets belanden.

Let op oververhitting! Fiets niet met je hond als het warmer is dan 20 graden.

Honden kunnen namelijk veel minder makkelijk hun warmte kwijt raken dan wij mensen. Ze raken oververhit. Zorg regelmatig voor afkoeling. Las regelmatig pauzes in en neem altijd water mee, voor jezelf, maar ook zeker voor je hond. Wil je hond tijdens het fietsen of tijdens een pauze een sloot in, dan kan dat een teken zijn dat hij wil afkoelen. Tijdens warme dagen kun je het beste voor zonsopgang of in de avond fietsen wanneer het koeler is.

Verkeersveiligheid

  • Laat je hond altijd rechts van de fiets lopen, dus niet aan de kant van het verkeer (In Engeland dus links).
  • Houd zo veel mogelijk beiden handen aan het stuur. Schaf eventueel een springer aan zodat je je handen vrij hebt.
  • Je hond los naast je laten rennen kan leuk zijn, maar dit is op veel plekken onveilig en ongewenst.

Hond laten trekken

In Nederland is het bij wet verboden om een hond als trekkracht gebruiken. De sport bikejoring is volgens de wet dan ook niet toegestaan.

Niet voor alle honden

  • Fiets alleen met een hond die uitgegroeid is. Gebruik de leeftijd van 12 tot 24 maanden om het fietsen aan te leren en ga pas vanaf 24 maanden de belasting echt opvoeren door de afstanden groter te maken. Het skelet van een hond is namelijk pas op de leeftijd van 24 maanden helemaal ‘af’ en dus pas op die leeftijd volledig belastbaar.
  • Overigens dit verschilt ook per ras. Je kunt dit eventueel navragen bij je fokker of rasvereniging.
  • Honden op leeftijd of met een medische aandoening kun je beter niet mee laten lopen naast de fiets.
  • Raadpleeg bij twijfel altijd je dierenarts.

Maak het niet te bont

Het belangrijkste is dat een fietstochtje voor jou en je hond een leuk uitje is. Voorkom uitputting en blessures. De kussentjes onder de poten van de hond zijn niet geschikt voor hele lange afstanden op ruwe ondergronden. Ze kunnen open gaan, tot bloedens toe. Witte of roze voetzooltjes zijn gevoeliger dan zwarte en beschadigen sneller. Let daarom extra op de ondergrond zoals heet asfalt.

Een zeer goed getrainde, grotere hond kan met een snelheid van 15 km p/u naast de fiets lopen, de maximale afstand is 20 km.

Tips

  • Laat je hond eerst zijn behoefte doen voor je gaat fietsen. Het is niet handig als je hond plotseling de berm in duikt om een plas moet doen.
  • Wordt je hond snel moe, dan kun je een fietskar achter je fiets bevestigen of een mandje aan je stuur hangen.
  • Houd je hond voortdurend in de gaten. Wordt het hem te veel, stop dan meteen.

Verbod op fietsen met je hond in o.a. België

In België is het verboden om met je hond te fietsen. De Belgische Senaat heeft dit verbod ingesteld om verkeersveiligheid te kunnen waarborgen. Ook het fietsen met een hond aan een springer is verboden.