Vaccinatie

Vaccineren van uw huisdier biedt een extra bescherming tegen bepaalde infectieziekten. Wanneer u NIET vaccineert wil niet zeggen dat uw dier de ziekte zal krijgen, maar het is WEL zo dat wanneer u WEL vaccineert u zeker bent dat uw huisdier de infectieziekte NIET krijgt.

Een vaccin is een hulpmiddel voor het lichaam om zich te beschermen tegen bepaalde bacteriën of virussen die in sommige gevallen, zonder bescherming, dodelijk kunnen zijn. Een vaccin wordt gemaakt van een bacterie of virus die verantwoordelijk is voor een bepaalde ziekte. Dit wordt in hoeveelheid aangepast, waardoor het lichaam antistoffen op gaat bouwen tegen deze ziekten.

De ziekten waartegen jaarlijks wordt gevaccineerd, zijn o.a. Parvo, Hondenziekte, Leptospirose en Kennelhoest. Sommige vaccinaties dienen elk jaar te worden herhaald, sommige om de drie jaar. Het vaccineren van een huisdier is maatwerk en er wordt jaarlijks bepaald welk type vaccin voor uw huisdier geschikt is.

Het schema is uiteraard afhankelijk van de infectiedruk: wat speelt er op het moment van vaccinatie, gaat het dier naar een pension, naar de hondenuitlaatservice, naar een training, naar het buitenland. De inhoud van het vaccinatieschema is door voortschrijdend inzicht aan verandering onderhevig. Check altijd bij uw eigen dierenarts wat de huideige stand van zaken is.

Pups worden in de eerste weken van hun leven beschermd door afweerstoffen die in de moedermelk zaten. Tussen de 5 en 15 weken leeftijd verdwijnt deze moeder-weerstand (maternale-immuniteit). Pups zijn op deze leeftijd erg gevoelig voor virussen, zoals het Parvo-virus en het Hondenziektevirus.

Daarom moeten pups in het begin meerdere malen gevaccineerd voor de “kernziekten”worden om ze zo een optimale bescherming te geven.

  • 1e inenting (6 weken): Hondenziekte en Parvo, eventueel besmettelijke leverziekte
  • 2e inenting (9 weken): Parvo en Ziekte van Weil
  • 3e inenting (12 weken): Hondenziekte, Parvo, Ziekte v. Weil, besmettelijke leverziekte (Cocktail inenting, deze kan ook nog het vaccin tegen parainfluenza bevatten)
  • 3e inenting (1 jaar): Hondenziekte, Parvo, Ziekte v. Weil, besmettelijke leverziekte

Voor de vaccinaties tegen kennelhoest (Parainfluenza en Bordetella) maakt uw dierenarts een aanvullend schema. Dit is ook afhankelijk van de manier waarop deze vaccinatie wordt toegediend, deze vaccins kunnen namelijk via de neus of via een injectie worden gegeven.

Meestal krijgen pups als ze 1 jaar zijn een zogenaamde ‘booster’ vaccinatie voor de kernziekten. Deze is vooral bedoeld om pups die niet of niet voldoende gereageerd hebben op de puppy vaccinaties alsnog de nodige bescherming te geven. Deze vaccinatie kan ook eerder worden geven, namelijk als de hond een half jaar oud is, om te voorkomen dat pups die niet voldoende gereageerd hebben op de puppy vaccinaties lang onbeschermd zijn. Dit hangt ook weer af van het risico dat een pup loopt om in die tussenliggende periode besmet te raken. Uw dierenarts kan samen met u dat risico inschatten en een keuze maken.

Na de ‘booster’ vaccinatie is de noodzaak om de vaccinaties te herhalen afhankelijk van de werkingsduur van het vaccin. Voor de kernziekten wordt herhaling om de drie jaar geadviseerd.

Hondsdolheid (rabiës)

  • De hondsdolheid vaccinatie is in Nederland niet verplicht.
  • Gaat u met uw hond naar het buitenland dan moet de hond wel gevaccineerd zijn tegen hondsdolheid, het rabiës vaccin. Deze vaccinatie is drie jaar geldig en moet minimaal 21 dagen voor vertrek gegeven worden. Dit moet worden genoteerd in het paspoort van uw hond. Ook moet de hond gechipt zijn.
  • Jaagt u met uw hond, dan adviseren wij om de hond wel te vaccineren tegen hondsdolheid, dit omdat de ziekte overgebracht kan worden door vossen.

Voor de kernziekten is het eventueel ook mogelijk om na 3 jaar met behulp van bloedtesten de hoeveelheid antilichamen in het bloed van uw hond te laten controleren (dit heet een titerbepaling). Als uw hond nog voldoende antilichamen heeft kan de vaccinatie minimaal een jaar worden uitgesteld.

Voor de ziekte van Weil geldt dat de vaccinatie slechts een jaar bescherming biedt. Deze vaccinatie moet dus jaarlijks herhaald worden. Er zijn geen bloedtesten die de bescherming tegen deze ziekte betrouwbaar kunnen meten. Dit geldt ook voor de vaccinatie tegen kennelhoest.

Vergeet overigens niet om uw pup rond de leeftijd van een jaar wél een algehele gezondheidscontrole te laten geven door uw dierenarts, ook als u daar niet meer heen hoeft voor een vaccinatie omdat bijvoorbeeld de boostervaccinatie op jongere leeftijd is gegeven. Rond die leeftijd is de pup vrijwel uitgegroeid en het is belangrijk dat zijn gezondheid en ontwikkeling dan wordt gecontroleerd, zodat er bijtijds kan worden ingegrepen als hier iets niet mee in orde zou zijn.

Voor elke vaccinatie doet uw dierenarts eerst een gezondheidscontrole. Bij zieke dieren kan het soms beter zijn om de vaccinatie uit te stellen.

Zie ook: hondenziekten